Het opslaan van cookies vereist actieve toestemming van internetgebruikers zegt Hof van Justitie van de Europese Unie

The Court of Justice of the European Union decides that the consent which a website user must give to the storage of and access to cookies on his or her equipment is not validly constituted by way of a prechecked checkbox which that user must deselect to refuse his or her consent.

en flag
nl flag
fr flag
de flag
pt flag
es flag

Mededeling van de pers van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Arrest in zaak C-673/17, Bundesverband der Verbraucherzentralen und Verbraucherverbände — Verbraucherzentrale Bundesverband e.v. Planet49 GmbH

Het opslaan van cookies vereist actieve toestemming van internetgebruikers, een vooraf aangevinkt selectievakje is daarom onvoldoende.

De Duitse Federatie van Consumentenorganisaties heeft voor de Duitse rechter het gebruik door het Duitse bedrijf Planet49 van een vooraf aangekruist selectievakje in verband met online promotionele spellen, waarmee internetgebruikers die willen deelnemen, instemmen met de opslag van cookies. om informatie te verzamelen met het oog op reclame voor de producten van Planet49 van partners.

Het Bundesgerichtshof (Bundesgerichtshof, Duitsland) heeft het Hof van Justitie verzocht de EU-wetgeving inzake de bescherming van de privacy van elektronische communicatie uit te leggen. (2)

In het arrest van vandaag beslist het Hof dat de toestemming die een gebruiker van de website moet geven voor de opslag van en de toegang tot cookies op zijn of haar apparatuur, niet geldig is samengesteld door middel van een vooraf aangevinkt selectievakje dat de gebruiker moet uitschakelen om zijn of haar toestemming te weigeren.

Dat besluit laat onverlet door de vraag of de informatie die op de apparatuur van de gebruiker is opgeslagen of toegankelijk is, al dan niet persoonsgegevens zijn. Het EU-recht heeft tot doel de gebruiker te beschermen tegen inmenging in zijn privéleven, met name tegen het risico dat verborgen identificatiemiddelen en andere soortgelijke apparaten zonder dat zij het weten in de eindapparatuur van die gebruikers terechtkomen.

Het Hof merkt op dat de toestemming specifiek moet zijn, zodat het feit dat een gebruiker de knop selecteert om deel te nemen aan een promotionele loterij niet voldoende is om te kunnen concluderen dat de gebruiker zijn of haar toestemming heeft gegeven voor het opslaan van cookies.

Bovendien omvat de informatie die de dienstverlener aan een gebruiker moet verstrekken, volgens het Hof de duur van de werking van cookies en of derden al dan niet toegang hebben tot die cookies.

OPMERKING: Met een verzoek om een prejudiciële beslissing kunnen de rechterlijke instanties van de lidstaten, in geschillen die bij hen zijn aanhangig gemaakt, vragen aan het Hof van Justitie stellen over de uitlegging van het recht van de Europese Unie of de geldigheid van een handeling van de Europese Unie. Het Hof van Justitie beslist niet zelf over het geschil. Het staat aan de nationale rechterlijke instantie om de zaak te beslechten overeenkomstig de uitspraak van het Hof, die eveneens bindend is voor andere nationale rechterlijke instanties waarvoor een soortgelijk probleem aan de orde is gesteld.

(1) Cookies zijn bestanden die de aanbieder van een website op de computer van de gebruiker van de website opslaat en die deze websiteaanbieder opnieuw kan raadplegen wanneer de gebruiker de website opnieuw bezoekt, om de navigatie op het internet of transacties te vergemakkelijken, of om toegang te krijgen tot informatie over het gedrag van de gebruiker.

(2) Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201, blz. 37), gewijzigd bij Richtlijn 2009/136/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 (PB L 337, blz. 11), gelezen in samenhang met artikel 2, onder h), van richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende de gratis verkeer van die gegevens (PB L 281, blz. 31) en artikel 6, lid 1, onder a), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van richtlijn 95/46 ( Algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1).

Volledige PDF kopie van het Hof van Justitie van de Europese persmededeling nr. 125/19, 1 oktober 2019

Hof van Justitie van de Europese Unie nr. 125:19 — 100119

Aanvullend lezen

InfoCuria Jurisprudentie — Zaak 673/17 — Arrest — 1 oktober 2019

InfoCuria jurisprudentie — Zaak 673/17 — Advies — 21 maart 2019

InfoCuria jurisprudentie — Zaak 673/17 — Toepassing — 3 maart 2019

Bron: ComplexDiscovery